De laatste tijd is er in Nederland veel te doen over het al dan niet inkrimpen van de hoeveelheid clubs in de Eredivisie, met als doel het verhogen van de kwaliteit van de competitie. Dit stuit vooralsnog op veel onbegrip in het land. In De Voetbaltrainer 223 vertelde Teun Jacobs van de KNVB over de wijze waarop in Nederland de competities gemonitord worden. Hieronder een fragment uit dat artikel:
ECI
Teun Jacobs: “De competities worden sterk gemonitord. Als we ons focussen op de Onder 19- en Onder 17-competities, hebben we voor deze teams een jeugd ECI-waarde laten aanmaken, ontwikkeld door Hypercube. ECI staat voor European Club Index, een maatstaf hoe goed een team is. Stel dat een team 2500 punten heeft en speelt tegen een team dat 1500 punten heeft, dan is duidelijk dat een overwinning van de ploeg met 2500 punten voor de hand ligt. De ECI verandert per speelronde  op basis van de wedstrijd. Mocht het andere team, met een lagere ECI, toch winnen, dan krijgt het in verhouding meer punten voor deze overwinning omdat het op basis van de kans op overwinning een grotere prestatie levert. Wij hebben op deze manier de competities Onder 19 en Onder 17 in beeld gebracht voor wat betreft de Eredivisie en Eerste Divisie. We hebben teruggekeken vanaf het seizoen 2010/2011. Op deze manier kunnen wij inzichtelijk maken of de veranderingen die we met  ingang van 2014/2015 hebben ingevoerd, tot gevolg hebben gehad dat het niveau gestegen is en de wedstrijden gelijkwaardiger zijn geworden, dus onder meer weerstand zijn gespeeld. Het niveau van een competitie wordt afgemeten aan het gemiddelde ECI-cijfers van de deelnemende teams. Het spreekt voor zich dat een competitie sterker te achten is naarmate de kwaliteit van de deelnemers toeneemt. Echter, een goed gemiddeld niveau wil nog niet zeggen dat de weerstand ook in orde is. Als team A een ECI van 3000 heeft en team B 1000, kan het gemiddelde van 2000 je wellicht heel tevreden stellen. Echter, van enige weerstand tussen deze twee ploegen zal veelal geen sprake zijn. Je wilt ploegen tegen elkaar zien spelen die beide bij het gemiddelde niveau in de buurt zitten.”
Voor- en najaar
Teun Jacobs: “In 2014 zijn de competities op de schop gegaan. Ze zijn gesplitst in een voorjaars- en een najaarsreeks. In het voorjaar word je, als gevolg van je positie in het najaar (bovenste helft of onderste helft) in een nieuwe competitie geplaatst. De sterksten spelen dus nogmaals tegen elkaar, de zwaksten eveneens. Dit betekent concreet dat de onderste helft van de Eredivisie en de bovenste helft van de Eerste Divisie in het najaar vervolgens in het voorjaar een nieuwe reeks gaan
vormen. De bedoeling was om hierdoor meer wedstrijden met hoge onderlinge weerstand te krijgen, op alle niveaus. Als je dan kijkt naar de teams die in het voorjaar elkaar in de hoogste competitie treffen, zie je dat gemiddeld het niveau hoger is. Dat is logisch, want het waren immers in het najaar de beste teams. Het niveau daaronder komen ‘de slechtsten’ van de Eredivisie en ‘de besten’ van de Eerste Divisie bij elkaar. We constateren dat het niveau lager is (logisch, want de beste teams spelen in de hogere competitie) maar dat dit erg goed is voor de onderlinge weerstand. Dus: het niveau is lager, maar de weerstand hoger. Wij nemen aan dat een
hogere weerstand een positieve invloed heeft op de ontwikkeling van spelers. En daarom concluderen we vooralsnog dat de veranderingen die we hebben doorgevoerd, goed uitpakken. (zie de afbeeldingen).
Lees het complete artikel in De Voetbaltrainer 223, te verkrijgen in de webshop.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *