Spelers worden vaak beoordeeld op hun handelingen met de bal, zoals aannames, passes, schoten en tackles. Dat is ook waar trainers van oudsher de meeste aandacht aan besteden tijdens trainingen. Maar vóór een handeling met bal kan een speler al allerlei voorwaarden creëren om eenmaal in balbezit beter te handelen.

Het meest aansprekende voorbeeld van zulke voorwaarden is het kijkgedrag van een speler. Dat is wat hij in het veld waarneemt door om zich heen te kijken. Door zijn omgeving te scannen, ziet hij waar tegenstanders zich bevinden, waar de ruimtes op het veld liggen, welke medespeler vrijstaat en hoe de keeper van de tegenstander staat gepositioneerd.

Als een speler weet hoe zijn omgeving er uitziet, wordt het veel gemakkelijker om goede keuzes te maken. En voor een speler die al van tevoren weet wat hij met de bal gaat doen, is het veel weer makkelijker om de gemaakte keuze goed uit te voeren. Daarmee staat kijkgedrag aan de basis van goede voetbalhandelingen met bal.

In De Voetbaltrainer 218 legt Jan van Norel, bewegingswetenschapper bij Vitesse, het belang van het juiste kijkgedrag uit. “Trainers spreken heel vaak over handelingen als passen en aannemen. Waar we naartoe wil, is dat er meer nadruk komt op datgene wat daarvóór komt: zien, communiceren, informatie verzamelen. Hoe doen topspelers dat? En hoe kunnen wij onze trainingsvormen zo aanpassen dat we onze spelers hierin beter maken? Dat vind ik erg interessante vragen.”

De bekendste video over het kijkgedrag spelers is deze, van Frank Lampard. In de tien seconden voordat hij de bal ontvangt, kijkt hij zeker twaalf keer om zich heen. In een interview vertelde Lampard ooit dat zijn vader veel met hem trainde op het scannen van de omgeving. ‘Make pictures’, hield Frank Lampard senior zijn zoon voor.

Vertalen naar de training

Hoe kun je spelers hierin beter maken? Vitesse gebruikt onder meer een stroboscoopbril om spelers in dit aspect te verbeteren. Maar ook zonder dure, technologische hulpmiddelen is het mogelijk om het kijkgedrag van spelers te verbeteren. Een groot voordeel is dat het leren scannen van de omgeving relatief weinig aanleg vergt en voor een groot gedeelte aangeleerd kan worden.

Een simpele manier om dat bij jonge spelers te doen, is door ze tijdens het dribbelen te verplichten op te kijken. Een trainingsvorm die daarvoor zorgt, stond afgelopen week op onze sociale media: een teamgenoot gooit een bal aan, waardoor de speler die dribbelt moet opkijken om de bal te vangen of terug te koppen.

Als reactie daarop stuurde een jeugdtrainer van Be Quick 1887 een video in waarbij spelers naar een teamgenoot moeten kijken om het aantal opgestoken vingers te tellen of een rekensom op te lossen. Ook dan wordt een speler verplicht zich niet alleen op de bal te focussen tijdens het dribbelen.

Het scannen van de omgeving kan ook verbeterd worden door hier op expliciete wijze aandacht aan te besteden. Vraag een middenvelder tijdens een positiespel bijvoorbeeld om minimaal elke seconde over zijn schouder te kijken. Vraag hem achteraf welke informatie hem dit opleverde. In het begin zal een speler hier heel nadrukkelijk bij na moeten denken, maar als er gedurende langere tijd aandacht aan wordt geschonken, wordt dit steeds meer een automatisme.

Een iets geavanceerde manier om kijkgedrag te trainen, is met deze vorm van Paris Saint-Germain onder trainer Unai Emery. De speler die de bal inspeelt, noemt twee kleuren. Eerst de kleur van de pop die zijn medespeler moet aantikken, dan de kleur van het doeltje waarin hij moet scoren. Dat verplicht de speler in het midden om telkens om zich heen te kijken. Door de hesjes op de doeltjes en poppen af en toe om te wisselen, moeten spelers telkens opnieuw blijven kijken waar een pop of doeltje met een bepaalde kleur zich bevindt.

In onze Mediatheek is een video te vinden waarin het kijkgedrag van Davy Pröpper wordt uitgelicht. In verschillende fragmenten is te zien hoe zijn passes verbeteren omdat hij daarvoor al zijn omgeving in zich had opgenomen. In de Mediatheek vind je tientallen video’s die verdieping bieden bij de onderwerpen die we in het vakblad, in online artikelen of op social media bespreken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *